Ik heb de eerste hoofdstukken terugontvangen

Ondanks de oude staat kon het raam in de woonkamer volledig open. Het commentaar van de redacteur bij deze zin was als volgt: want oude ramen gaan normaal gesproken niet meer open? Ik grinnikte en herschreef de zin. Het was de eerste opmerking in het manuscript. De redacteur had verteld dat hij de meest kritische lezer wil zijn. Ik begreep meteen wat hij bedoelde.

Afgelopen vrijdag heb ik de eerste vier hoofdstukken terugontvangen. In de begeleidende mail schreef de redacteur dat hij veel opmerkingen in de vragende vorm stelt, omdat hij me geen veranderingen wil opleggen. Zodoende nodigt hij me uit om op een bepaalde manier naar mijn tekst te gaan kijken. Dat is soms erg muggenzifterig schreef hij – en dat kan ik niet ontkennen – maar het helpt. Sommige dingen kunnen ook in twee zinnen verteld worden, in plaats van in vijf, schreef hij. En daar heeft hij meestal gelijk in.

De stukken tekst zonder opmerkingen – soms bijna een pagina lang – kan ik (eindelijk) laten zoals ze zijn. Dat ben ik niet gewend, als ik het afgelopen jaar met mijn manuscript bezig was, kon ik aanpassen wat ik wilde. Nu kan dat niet meer, ik lees het door en ga weer aan de slag wanneer de volgende opmerking van de redacteur verschijnt. Dat vergt een compleet andere manier van werken. Ik moet mezelf echt toespreken om die stukken tekst te lezen als een gedrukte roman. Als ik daar veranderingen in aanbreng, zou de redacteur daar weer opnieuw naar moeten kijken, en dat is niet de bedoeling. Geen feedback, is goede feedback.

Daarnaast had ik in het begin de neiging om de opmerkingen snel te verwerken, omdat ik nieuwsgierig was naar welke er nog allemaal zouden komen. Dit maakte me onrustig. Ik besloot eerst alles door te nemen, zag dat het best meeviel, en begon opnieuw. Dat hielp.

Ik heb nu de juiste werkwijze te pakken. Toen mijn vriendin en ik afgelopen vrijdagmorgen een kerstboom gingen kopen, durfde ik mijn telefoon niet mee te nemen. Ineens zag ik tegen de mail van de redacteur op. Nu zie ik ernaar uit om de overige hoofdstukken te ontvangen. Ik ben benieuwd.

Tot de volgende.

Vanavond is je kans, doe het

Ben je al weleens eerder in Zeeland geweest? vroeg mijn moeder.
De jongen boog zijn hoofd, zijn blonde lokken vielen voor zijn gezicht. Ja.
Wat leuk, en waar precies?
De jongen slurpte aan zijn soep voordat hij antwoord gaf. Oost-Souburg.
Dat is toevallig, zei mijn moeder, daar kom ik uit de buurt. Kom je er vaak?
Hij kuchte een keer. Mijn opa en oma wonen daar.
Dat is leuk zeg. Hoe heten ze met hun achternaam?
De jongen staarde naar zijn soep.
Blind.
De zoon van Danny! Ik floepte het eruit.

Zeventien jaar geleden, aan de eettafel bij mijn ouders in Goes. Even daarvoor hebben we hem op het sportpark van vv Kloetinge opgehaald. De club had een jeugdtoernooi georganiseerd waaraan een jeugdteam van Ajax meedeed. Elke speler uit mijn eigen team kreeg een weekend een jonge Ajacied in huis. Wij hostten de twaalfjarige Daley.

Zijn gezicht verkleurde toen ik de naam van zijn vader uitkraamde. Toen begreep ik nog niet dat ik de zoveelste was. Ik dacht alleen maar aan die cup met die grote oren die zijn vader een paar jaar daarvoor de lucht in had getild. Ik beloofde niks aan mijn teamgenootjes te vertellen, maar kan me niet meer herinneren of ik me aan die belofte heb gehouden. Ik vrees van niet.

Nadat we na het eten op een veld met de zoontjes van Wamberto – die bij een teamgenootje uit de buurt sliepen – een voorproefje kregen van wat ons de volgende dag te wachten stond, poetsten we samen in de badkamer onze tanden. Hij had een nieuwe tandenborstel mee. Dat vond ik fascinerend.

Dit soort details staan in mijn herinneringen gegrift, en zijn ongetwijfeld zo helder blijven bestaan doordat ik hem later wekelijks op zondagavond om zeven uur voorbij zag komen. Ik koester de foto die mijn vader de volgende morgen vroeg schoot, voordat we naar de club reden. De foto heeft alle anti-kraakverhuizingen overleefd en is mee naar Gent gegaan. In welke doos die zat wist ik niet meer. In mijn zoektocht naar oude foto’s van Kloetinge voor bij mijn blog een aantal weken geleden, kwam ik hem ineens weer tegen.

Nu schittert ie weer aan de muur. Twee twaalfjarige broekies. Hij in een trainingstenue van Ajax waar ik zo jaloers op was, ik in een outfit alsof ik naar de scouting ga. Het valt me op hoe dicht we bij elkaar staan, onze armen lijken naadloos in elkaar te passen. Allebei een stel spleetogen. Een oude Volvo (denk ik) op de achtergrond, die perfect de tijdsgeest duidt.

Voor Daley is deze herinnering ongetwijfeld allang vervlogen, ik houd hem graag in leven. Hij vertegenwoordigt voor mij een vervlogen voetbaldroom: Ajax naar de volgende ronde van de Champions League schieten. Vanavond is je kans Daley, doe het.

Het schrijven van deze blog kostte me moeite

Voor het eerst in twee jaar ben ik niet met mijn manuscript bezig. Of beter gezegd – kan ik er niet mee aan de slag. De redacteur is aan het redigeren. Misschien is hij op het moment dat ik dit schrijf halverwege het manuscript en krabt hij achter zijn oren, fronst hij een wenkbrauw. Of leest hij gewoon verder.

Het schrijven van deze blog kostte me moeite. Meestal weet ik ongeveer wat ik wil vertellen, zet ik rustige muziek op en begin ik te tikken. Dat gaat de ene keer gemakkelijker dan de andere keer, maar er rolt vaak uiteindelijk wel iets uit. Deze keer niet. Ik wist waar ik het over wilde hebben, maar kwam niet verder dan de eerste twee regels. Alles wat ik tikte, bleef nietszeggend. De woorden leken lukraak geprikt in een woordenboek. Ik klapte de laptop dicht en besloot een rondje te gaan hardlopen.

Zonder handschoenen. Verschrikkelijk slecht idee. Het zorgde er wel voor dat mijn vingertoppen om aandacht bleven schreeuwen, waardoor ik mijn blog volledig kon loslaten. Terwijl ik mijn handen opwarmde boven een pannetje chocomel, realiseerde ik me ineens waarom het me zoveel moeite kostte. Vanaf het moment dat ik het manuscript had opgestuurd, bestond het voor even niet meer. Ik had dit nodig, om er niet mee bezig te zijn. De redacteur met het manuscript voor zijn snufferd, is een gedachte die ik de baas was, en nauwelijks opdook. Door er in deze blog over te schrijven, open ik een deur die ik zo goed dicht had weten te houden. Ineens zie ik de redacteur zitten. Meestal helpt een blog me om dingen te relativeren en van me af te schrijven, nu even niet.

Nog anderhalve week, dan krijg ik mijn manuscript terug. Het voelt ineens als een eeuwigheid.

Tot de volgende.

Waarom wil ik authentiek schrijven?

‘Waarom wil je authentiek schrijven? Vraag jezelf dat af.’ De vraag klapte in mijn gezicht. Ik kreeg het even nog warmer en maakte het bovenste knoopje van mijn overhemd open. Ik zat bij een lezing van Daan Esch op de Boekenbeurs in Antwerpen. Afgelopen zondag had ik mijn manuscript ingeleverd bij de redacteur. Ben ik wel authentiek genoeg geweest? vroeg ik mezelf af.

Daan is communicatiestrateeg en auteur van de historische roman Stem, uitgegeven door Lannoo. Hij vertelde dat authentiek schrijven verder gaat dan het pure schrijven alleen. Hij ontleedde de vraag ‘Waarom wil ik authentiek schrijven’ aan de hand van zijn eigen roman, waarin drie personages op zoek gaan naar hun eigen stem. Terwijl hij gepassioneerd vertelde, dwaalden mijn gedachten af en vulde ik de vraag in aan de hand van mijn eigen roman.

Waarom
In 2012 ben ik in Kameroen geweest, om les te geven op een voetbalschool. Ik dacht daar echt iets goeds te gaan doen. Maar ik worstelde de hele tijd met mijn eigen verwachtingen, en ook met de verwachtingen daar.

Wil
Ik vind het belangrijk dat dit verteld wordt.

 Ik
Ik heb het zelf meegemaakt.

Authentiek
Vrijwilligerswerk wordt vaak als iets positiefs gezien. Dit verhaal geeft een andere inkijk.

Schrijven
Heb je me ooit horen zingen? Ook maar een poppetje op een vel papier zien tekenen? Precies. Schrijven is voor mij de manier om dit verhaal te kunnen vertellen.

Het gaf me weer wat vertrouwen. Daan vertelde dat de mate van authenticiteit ook te maken heeft met het leren omgaan met pijn, in relatie tot het ontvangen van feedback. In gedachten maakte ik een sprongetje naar begin december, dan ontvang ik de feedback terug van de redacteur. De juiste keuzes kunnen en durven maken in de verwerking daarvan (niet overal ‘ja’ op zeggen), bepaalt in grote mate je authenticiteit als schrijver. Met dit even aantrekkelijke als angstaanjagende vooruitzicht, stapte ik weer in de auto richting Gent.

Ik schreef een brief voor Postkantoor 00/00/00

Postkantoor 00/00/00: een bestaande postbus voor brieven van en naar overleden mensen. Om uit te kunnen spreken wat nooit is gezegd, het gemis te verlichten of om herinneringen op te halen. Ik schreef ook een brief. Terwijl ik hem dicht likte, tolde mijn hoofd nog na.

Creatief Schrijven VZW zocht gastbloggers voor de boekenbeurs in de Expo in Antwerpen. Ik meldde me vorige week aan, en werd geselecteerd. Opdracht: bloggen over een van de activiteiten in de stand van Creatief Schrijven. Prima, ik zit midden in de afrondende fase van mijn manuscript. Een aantal schrijftips of tips over het vervolgproces zijn altijd meegenomen. Ik keek woensdagavond na het opslaan van mijn manuscript goed welke activiteit de organisatie me precies had toegewezen.

Postkantoor 00/00/00.

Ik zette de wekker wat eerder dan ik van plan was en besloot zelf ook een brief te schrijven. Ik dacht – dat doe ik wel even. Een absolute misvatting. Dat we als pubers samen naar school fietsten, Champions League keken of repten over de korte rok van de lerares Duits, zijn gedachten die af en toe opduiken. Hem rechtstreeks aanspreken in een brief, riepen hele andere soorten emoties op. Ik was hier totaal niet op voorbereid. Ik schreef hem bijna mijn gedachten uit, alsof ik hem straks kon appen hoe laat we vanavond af zouden spreken. Het was beangstigend, en ontzettend fijn tegelijk.

In de auto kwam ik langzaam los van het gevoel dat ik ervaarde tijdens het schrijven van de brief, zoals een intense droom door kan sluimeren gedurende de ochtend. Het hield me in mijn greep, gelukkig had ik een vrije doortocht over de ring van Antwerpen. Gezien de nationale feestdag gister, een doordeweeks unicum. Toen ik de Expo binnenstapte, waaide de drukte me weer tegemoet. Stapvoets struinde ik langs boekentafels. De brief drukte mijn rugzak als lood tegen mijn rug. Ik wist nog niet of ik hem ook echt op de post wilde doen.

Bij de stand van Creatief Schrijven raakte ik aan de praat met de initiatiefneemster. Toen ze een klein meisje was zei haar oma vlak voordat ze stierf, dat ze een brief zou schrijven. Maar dat die wel lang onderweg zou zijn. Twee jaar geleden besloot ze een postbus te openen en schreef ze zelf een brief aan haar oma. Inmiddels ontving ze 140 brieven van andere mensen naar een overleden dierbare. De brieven worden bewaard in een kluis. De filosofie is dat ze door zo weinig mogelijk mensen worden gelezen. Een kunstenaar maakt een tekening bij elke brief. Binnen een paar maanden ontvang je als schrijver van de brief een kaartje op de mat, met een quote en een digitale afdruk van de tekening.

Ik overhandigde mijn brief.