Een avond als deze was een van de hoofdredenen om het verhaal op papier te zetten

De afgelopen twee maanden heb ik meer gefietst dan in de drie jaar daarvoor. Het is heerlijk om terug te zijn in Utrecht. Om weer naar vrienden, de stad, de kroeg en de voetbalclub te fietsen geeft me het ultieme gevoel van thuis zijn. Zelfs de file in de fietsenstalling van het centraal station in de vroege ochtend op weg naar werk neem ik voor lief.

Op een regenachtige woensdagavond in oktober stapte ik ook op de fiets. Met een handvol boeken in de tas. Ik was uitgenodigd om over mijn roman Was het gras maar groen te vertellen op een ledenavond van Volunteer Correct. Deze vereniging zet zich in voor verantwoord en duurzaam internationaal vrijwilligerswerk. Samen met vijftien Nederlandse organisaties die vrijwilligers uitzenden over de hele wereld werken ze aan de ontwikkeling van deze sector. Zo helpt vrijwilligerswerk iedereen, is hun visie.

Dat laatste is precies waar de discussie na mijn boekbespreking over ging. Want: is dat (nog) wel zo? Is vrijwilligerswerk ook nuttig als je wel goed voorbereid of met de benodigde kennis op zak op stap gaat? Oftewel: helpt vrijwilligerswerk echt? In mijn roman wil ik lezers laten nadenken over deze vragen. Niet alleen door de ogen van hoofdpersoon Tom, de vrijwilliger zelf. Ook door die van Tevin, een jongen van de voetbalschool. Met name dat laatste vonden de elf leden die bij de vergadering aan tafel zaten een interessante insteek.

Een avond als deze was een van de hoofdredenen om het verhaal op papier te zetten. Om het gesprek te openen. Het was best onwennig. Niet alleen om daar als schrijver aan tafel te zitten, maar ook om de juiste toon aan te slaan tegenover een groep mensen waarvan hun baan hoofdzakelijk bestaat uit het uitzenden van vrijwilligers. Tijdens mijn verhaal probeerde ik de reacties op hun gezichten af te lezen. Soms werd er gefronst, dan weer instemmend geknikt. Ik ben benieuwd wat ze van mijn boek vinden.

Twijfel je zelf over het doen van vrijwilligerswerk? Of wil je je ervaring delen? Komende vrijdagavond vertel ik in Goes over mijn boek op een avond met dit thema als insteek. Christoffer komt ook mee, en speelt het nummer dat hij schreef bij mijn boek. Adres: Vogelzangseweg 39, in Goes. Het begint om 20.00 uur. Wees welkom! 

Onze goede buur

Twee jaar lang prijkte de schrijver uit Gent bovenaan mijn blog. Die titel kan weg. Ik vertrok naar België met een droom en kom terug met een boek. Komend weekend verhuizen mijn vriendin en ik terug naar Utrecht. Gewoon weer een bakkie of een biertje in ons stadsie, en op de fiets naar huis. Een heerlijk vooruitzicht. Voor de laatste keer drink ik een paar pinten in de volkskroeg van buurman Jacky.

‘Ik heb je boek nog niet gelezen, bewaar ‘m voor de camping,’ zegt Jacky, als hij een glas Jupiler en een schaaltje gefrituurde erwtjes neerzet. Precies drie jaar geleden schudden we voor het eerst de hand en zette ik mijn lippen ook aan een perfect getapt glas bier. Toentertijd zat de verhuisdag erop, en waren we blij verrast met zijn hartelijkheid. Na het derde biertje vertelde ik dat ik een boek ging schrijven. Met luide stem stelde hij me voor aan man aan de bar, (ook) een schrijver.

Die schrijver heb ik nooit meer gezien, de hartelijkheid van Jacky bleef. Vlak voor mijn hardlooprondes zocht ik vaak nog even de schaduw op onder de luifel van zijn terras, en strekte dan mijn benen. Zelden vertrok ik zonder een praatje, waarin hij altijd achteroversloeg over de te lopen afstand. Ook al ging het om vijf kilometer. Vijfhonderd keer van de bar naar het terras en terug, is natuurlijk ook heel erg ver.   

Als ik bij terugkomst uitpufte klopte hij vaak even op mijn schouder en haalde hij zijn – inmiddels moeilijk voor te stellen – volleybalverleden aan. Ook vroeg hij hoe het schrijven ging. Door de jaren heen vertelde ik over de eerste versies. Het herschrijven. Het vinden van een uitgeverij. En de publicatie. We ontdekten: hij op zijn 29e een kroeg. Ik een boek. Vonden we een mooi feitje. 

Gelukkig kost een pint van prima formaat in zijn kroeg slechts tweeëneenhalve euro. Werken is voornamelijk bijzaak geweest. In het eerste jaar zat ik twee dagen per week op mijn knieën en met mijn hoofd in een Vlaamse Wc-pot kakresten weg te boenen. Ik weet eigenlijk niet of ik dat ooit aan Jacky heb verteld. Ik denk het niet. In mijn baan daarna maakte ik routes voor een twaalftal chauffeurs, zonder ook maar enige kennis van het Belgische routenet. Die gaten in de weg, die kennen we allemaal wel. Maar of je bij Erpe-Mere of het beste bij Wippelgem rechtsaf kan naar de Kempen – ik heb echt geen idee. Pas in mijn laatste baan leerde ik het weggenet wat beter kennen, daar ik meestal anderhalf uur per dag in de wagen zat.

Nu zit de tijd van hobbelige wegen en goedkoop bier erop. Hoewel ik morgen in alle vroegte de houten vloer moet boenen en in de was ga zetten, drink ik er toch nog eentje. Ik ga dit missen. Deze goede buur maakte de afstand tot onze verre vrienden op sommige dagen een stuk draaglijker.

Santé.

Wanneer is je boek een succes?

Tien dagen voor mijn boekpresentatie liet Lucas Moura de tijd even stilstaan: geen Champions League-finale voor Ajax. Ik trok mijn Ajax-shirt omhoog, strak over mijn hoofd. Mijn bril drukte mijn oogkassen fijn. Als de glazen waren gebroken, hadden ze op dat moment best in mijn ogen mogen steken. Kijken naar de teleurstelling op het veld, kon ik niet aan.

Ajax had in de tweede helft alles in eigen hand. De finale was binnen handbereik. Het was al meer dan een verwachting. Het gebeurde niet. Toch kijkt iedereen (terecht) terug op een geslaagd Europees seizoen.

Het zet me aan het denken over de definitie van succes. Met sprankelend voetbal vertelde de ploeg een verhaal dat aansprak. Voetballiefhebber of niet: de namen van de Ajacieden drongen huiskamers binnen waar Studio Sport op zondagavond geen zekerheidje is, ondanks dat de Champions League niet werd gewonnen.

Het is vergelijkbaar met mijn roman. Als de definitie van succes het uitverkopen van de eerste druk is, heb ik nog een lange weg te gaan. Al gaat het met één verkocht boek per twee dagen – na het verkopen van tweehonderd stuks tijdens de crowdfunding en boekpresentatie – helemaal niet slecht. Dat mijn verhaal huiskamers is binnengedrongen waar wordt nagedacht over de gevolgen van het doen van vrijwilligerswerk en waar lezers worden meegenomen in het verhaal, vind ik minstens zo belangrijk.

Vanavond begint voor Ajax de nieuwe weg naar Europees succes in de voorronde tegen PAOK. Ik hoop op aantrekkelijk voetbal. Dan komt die finaleplaats ooit vanzelf wel een keer. Net als het uitverkopen van de eerste druk.  

Wanneer bladzijdes het ritme van je leven bepalen

De eerste dagen na de boekpresentatie verschoot ik bij elke trilling van mijn telefoon. Als ik zag dat iemand een foto had gestuurd, dacht ik meteen: hé, diegene is vast mijn boek aan het lezen. Eenmaal het appje geopend, bleek het gewoon een foto van een biertje in de achtertuin. Mijn roman was nergens te bekennen, niet eens op de hoek van de tuintafel.

Voor mij bepaalde mijn roman dan wel het ritme, voor anderen draaide de wereld gewoon door. Natuurlijk had niet iedereen die een exemplaar meenam op de boekpresentatie het (net als mijn ouders) na een paar dagen uit. Dat heeft tijd nodig. Het is ook niet niks om pak ‘m beet tien uur van iemands tijd op te snoepen. Er zijn nog steeds duizend andere dingen belangrijk, ook nu mijn boek is uitgebracht. Dit besef kwam extra binnen toen een week na de publicatiedatum mijn schoonmoeder overleed. Wat maken die 231 pagina’s dan uit – als ineens een zwarte bladzijde het dagelijkse ritme bepaalt?  

Omdat ik tijdens de crowdfundingactie nog niet bij mijn huidige werkgever werkte, nam ik – toen ik een halve week na de boekpresentatie weer naar kantoor tufte – een stapel boeken mee. Naast inkoper en Hollander ben ik nu ook schrijver. ‘Spreek ik met de nieuwe Hugo Claus?’ zei een collega laatst. Ik pakte de hoorn van de telefoon steviger vast en glimlachte. Geen vraag over een te laat geleverd artikel. De hoogte van een factuur. Razendsnel schoten mijn gedachten van onze voormalige prins naar deze Vlaamse auteur. Mijn collega wilde toch ook wel graag een boek hebben. Ik pakte er twee van het stapeltje op mijn bureau en liep naar boven. Wellicht kon ik er nog eentje slijten. 

Sommige collega’s vroegen expliciet om een handtekening op de eerste bladzijde. Geen handtekening is hetzelfde. Mijn krabbel wordt steeds simplistischer, omdat de meesten me hoopvol aanstaren en mijn linkshandigheid benoemen. Ik frommel het twintigje in mijn zak (die vijf cent krijg ik op de koop toe) of verstuur wanneer ik weer eenmaal achter mijn bureau zit mijn bankgegevens. Ik weet nog steeds niet wat ik ongemakkelijker vind.

Ik kijk dan maar snel naar de boeken die nog naast mijn toetsenbord liggen, en vind het tof dat ik weer aan iemand dit verhaal kan vertellen. Het met een groter publiek kunnen delen, leeft enorm bij me. Ik schrijf deze dagen zoveel mogelijk contacten (in de media) aan. Volgens mij vis ik met duizenden andere debuterende auteurs in hetzelfde kurkdroge vijvertje, maar ik laat mijn dobber de komende tijd lekker zitten. 

Bij een mogelijke vangst komt dit tevens de glazen pot in de hoek van de woonkamer ten goede. Er staat met grote letters ‘bruiloft’ op. Het is de start van ons potje voor deze dag. Met elk verkocht boek heb ik toch maar weer mooi een mouw van mijn overhemd betaald, of iemand zes bier gegeven. 

Wordt vervolgd. 

Mijn roman ligt in de winkel!

Tweeënhalf jaar geleden begon ik dit blog, om jullie mee te nemen in de jacht op mijn roman. Vanuit Utrecht streek ik in Gent neer om deze droom na te jagen. In 65 blogs nam ik jullie mee van het staren naar de cursor tot een eerste versie van het manuscript. Slingerde ik Vlaamse WC-potten op je scherm en vertelde ik over het plannen van routes op de Vlaamse wegen, zonder ook maar enig richtingsgevoel. Ik beschreef hoe het is om als Nederlander in Gent te wonen. Vertelde over mijn worstelingen tijdens het schrijfproces. Het ontvangen van feedback, het herschrijven. Ik tikte me naar de crowdfunding, vocht me door de redactie van het manuscript en zocht een grotere locatie voor de boekpresentatie vanwege jullie enthousiasme.

Nu is het boek de wereld in geslingerd! De prooi is binnen. Een fascinerende ervaring. Bestellen kan rechtstreeks bij mij, of hier.

Ik ben dit boek gaan schrijven omdat ik in 2012 zelf als vrijwilliger in Kameroen ben geweest. Als ik de afgelopen jaren andere mensen sprak die vrijwilligerswerk hadden gedaan, zaten ook deze verhalen vol met vraagtekens. Vraagtekens over het doel van het verblijf. Juist omdat vrijwilligerswerk vaak als iets positiefs wordt gezien, vind ik het belangrijk om een andere inkijk te geven. Daarom besloot ik mijn vraagtekens in romanvorm op papier te zetten. Na de laatste pagina is het aan jou om te bepalen: zou ik het vliegtuig instappen?