Ik heb een locatie gevonden voor mijn boekpresentatie

Zelfde boek. Zelfde stad. Zelfde tijd. Grotere locatie. Door het succes van de crowdfundingactie vindt de boekpresentatie niet meer in de Utrechtse Boekenbar plaats. Graag verwelkom ik jullie op zaterdagavond 18 mei vanaf 19.30 uur in Kapitaal (Kroonstraat 9, Utrecht). Niet gedoneerd via de crowdfundingactie? Geen probleem! Stuur me dan even een mailtje om je aanwezigheid te bevestigen. Dan ben je er zeker van dat je dit feest niet hoeft te missen. Ik verwacht voldoende ruimte, maar vol = vol.

Momenteel bevind ik me in de allerlaatste fase van het proces. De ontwerper verwerkt mijn laatste opmerkingen naar aanleiding van de tweede ontwerpproef. Binnenkort gaat de roman naar de drukker. Ik kan – net als jullie natuurlijk – niet wachten een gedrukt exemplaar in handen te hebben.

Waar en wanneer zien we elkaar?
Adres: Studio Kapitaal, Kroonstraat 9, Utrecht (op de eerste verdieping naast Parkeergarage Paardenveld)
Datum: 18 mei
Programma:
19.30 uur – inloop
20.15 uur – speech
20.30 uur – livemuziek Borgaard (Christoffer van Teijlingen)
20.45 uur – voordracht
20.55 uur – overhandigen eerste exemplaar
21.00 uur – feest

Hopelijk tot dan!

Ineens dook het beeld op

Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik het helder voor me. De schrijver uit Gent die zijn eigen boek voor het eerst in handen heeft. Ik heb de ontwerpproef voor de binnenkant en de achterkant ontvangen en ineens tekende mijn geest het scherpzinnig op. Mijn hand die over de samenvatting en de heldere kleuren op de achterkant glijdt. De aanduiding van het eerste hoofdstuk in een uitnodigend lettertype boven de eerste alinea van het verhaal.

Ik wist op welke dagen ik de proeven in Pdf-formaat zou ontvangen. Vaker dan een keer per uur checkte ik stiekem op werk tussen het plaatsen van een order voor honderd brievenbakjes XXL rood, mijn mail. Zo kroop de dag voorbij, en voegde ik nog driehonderd blauwe bakjes toe.

Per dag nam mijn enthousiasme af na de ontvangst van de ontwerpproef van de binnenkant. Niet vanwege de vormgeving zelf (opmaak van de hoofdstuknummers, lettertype, paginanummering etc. – daar was ik meteen tevreden over), maar meer over de fase waarin ik was beland: controleren of er nog fouten of inconsequenties in staan. Zo had Tom in een passage ’s morgens een longsleeve aan, en ‘s avonds ineens een T-shirt, zonder dat hij zich tussendoor had omgekleed. Ook checkte ik de afbrekingen van woorden. Mijn manuscript is vanuit een word-bestand in (smallere) romanvorm gegoten, waardoor de ontwerper soms woorden na een lettergreep moet splitsen aan het eind van een regel. Het verbaasde me hoe vaak afbrekingen voorkomen, sla er maar eens een willekeurige roman op na. Het in de avonduren nogmaals doorlezen van het boek in de schommelstoel in de hoek van onze woonkamer, zonder verder ook maar wat aan de inhoud te kunnen veranderen, werd totaal niet iets waar ik naar uitkeek.

Maar ik ben erdoorheen, mijn opmerkingen zijn terug naar de vormgever. De ontvangst van het ontwerp van de achterkant, verdreef de worstelingen in de schommelstoel: het beeld van een echt gedrukt exemplaar dook toen ineens op. Het is zo goed als rond met de locatie waar ik hem aan je ga overhandigen, een officiële uitnodiging volgt!

Tot de volgende.

‘Huil niet omdat ik er niet meer ben, glimlach omdat ik er was’

Die crowdfunding, dat vond hij maar niks. Nee – hij wilde mijn roman in een echte boekwinkel kopen. Op maandag 20 mei zou er op de toonbank van het Paard van Troje in Goes eentje klaarliggen. Hoed op, een boodschapje doen bij de Lidl, twintig euro pinnen en om iets over tien de winkel binnenstappen. Snel naar huis, om met een borrel in de lentezon op zijn balkon de eerste bladzijden van het boek van zijn kleinzoon te lezen. 

Op een avond een paar weken geleden, gleed ik in de vrieskou met de auto richting Goes. De lentezon zou hij niet meer gaan halen. Ondanks zijn hoge leeftijd kwam dit onverwachts. Zijn levenslust werd ruw verslonden. Ook nu vroeg hij meteen bij binnenkomst hoe het ervoor stond met mijn boek. De vraag drukte op mijn borstkas. Opa keek snel weg.

Ik had een passage uit mijn manuscript uitgeprint en meegenomen, gebaseerd op een gebeurtenis die we ooit samen hadden beleefd. Ik pakte zijn hand vast en las het voor. Zijn ogen werden nat, zijn onderlip trilde. Voor een kort moment schoot zijn levenslust terug in zijn gezicht, toen hij op zijn tanden beet. ‘Ik zorg dat ik erbij ben, jongen,’ zei hij, en hij veegde een traan weg.

De zon mag misschien gaan schijnen op die maandag in mei, niet op de rand van zijn hoed. Rust zacht, lieve opa. Het lukt me nog niet altijd – maar ik glimlach omdat u er was, precies zoals u het wilde.  

Het voelt alsof ik ontslagen ben van zo’n soort baan

Dik twee jaar ben ik af en aan met mijn manuscript bezig geweest. Dacht ik er zo goed als dagelijks over na. Past deze gebeurtenis in de verhaallijn? Wat is de rol van dit personage? Ik kon het blijven aanpassen wanneer ik wilde. Altijd was er die veiligheid dat het nog niet af hoefde te zijn, maar ook die terugkerende vraag of aanpassingen ook daadwerkelijk verbeteringen waren. Nu is dat voorbij. Ik heb de feedback van de redacteur verwerkt, het manuscript ligt sinds gisteren bij de corrector.

De corrector doet een check op spelling, grammatica en interpunctie. Of komma’s geen punten moeten worden, of andersom. Dat soort werk. Inhoudelijk wordt er niks meer veranderd. Als de corrector klaar is, gaat het manuscript naar de ontwerper die de binnenkant en het achterplat vormgeeft. Ergens begin maart krijg ik de eerste ontwerpproef van het boek in handen.

Daar hield ik me aan vast. De afgelopen tijd heb ik dagelijks langer naar een computerscherm gestaard, dan dat het buiten licht was. Na een werkdag dook ik vaak meteen de keuken in, waar mijn vriendin vertelde over alles wat ze die dag had geleerd. Fokdeblok, dacht ze weleens. Net als ik. Ik deed mijn best goed te luisteren, maar zat met mijn hoofd vaak al bij mijn manuscript. Na het avondeten dook zij haar boeken weer in, en ging ik verder waar ik de avond ervoor gebleven was.

Die tijd is nu voorbij. Zondag- en maandagavond jaste ik op Netflix meteen de docureeks Sunderland ‘Til I Die erdoorheen. Sunderlands algemeen directeur Martin Bain vertelde in de laatste aflevering dat er in het voetbal een gezegde bestaat over zijn baan: als je erin zit, wil je eruit, en als je eruit bent, wil je erin. Nu ik mijn manuscript heb ingeleverd, voelt het precies alsof ik ontslagen ben van zo’n soort baan. 

Tot de volgende.

Wat bierbrouwen en schrijven met elkaar te maken hebben

Ik woog precies 800 gram mout af en stopte het in een apparaat dat het schrootte. Voorzichtig tilde ik de bak met het fijngemalen spul op en kieperde het in de pan met water zodat het bij een graad of 65 kon maischen (prachtig nieuw geleerd woord; het is het proces van de versuikering van het zetmeel). Na een dik uur filterden we de vloeistof via een kraantje uit de pan.

Afgelopen zaterdag heb ik het bier gebrouwen dat ik als tegenprestatie heb aangeboden voor mijn crowdfunding. Te gek om te doen. Ik deed dit in de schuur bij vriend en thuisbrouwer Jakob-Jan. Het was vier graden, dus waarom de ramen precies open moesten staan, weet ik even niet meer. Volgens mij had het iets te maken met de kans op infecties. Alles wat we gingen gebruiken, maakten we goed schoon. Zelfs het schepje waarmee ik de hop in de pan schepte, nadat ons brouwsel weer kookte. Eerst 60 gram, drie kwartier later 30 gram, vijf minuten later bijna een kilo suiker en vijf minuten voor tijd nog een ander soort hop. De pan bleef lekker doorkoken. De afgelopen twee jaren trokken door mijn gedachten, de pan werd voor even mijn manuscript. Ik bleef dingen toevoegen en aanpassen, op zoek naar de perfecte balans.

Hierna diende het zo snel mogelijk gekoeld te worden. Ook daar heeft Jakob-Jan een zelfgemaakt systeem voor, met koud water dat door metalen plaatjes stroomde, en het bier in wording dat er langs stroomde. Het water werd warm, het bier koud. Zoals je kunt lezen, snap ik er nog steeds geen reet van hoe dit precies werkt. Hoe dan ook – ik heb ook even een afkoelingsperiode gehad van een paar maanden begin dit jaar. Op dat moment baalde ik ervan dat het niet lukte om te schrijven en te bloggen, achteraf gezien is het goed geweest om het plezier terug te krijgen.

Het gaf me lucht, net zoals we het bier door middel van een of ander buisje zuurstof gaven. Als laatste stap deden we de gist erbij. Dit vermengde zich met de rest en staat nu voor een paar weken op de juiste temperatuur in een kast bij Jakob-Jan in de schuur. In die fase bevind ik me nu ook, de gist vermengt zich in de vorm van de feedback van de redacteur in mijn manuscript. Het bier ontwikkelt zich langzaam tot het eindproduct, zoals ik elk vrij uurtje probeer te benutten om aan mijn manuscript te werken.

Over vier weken gaan we het in flesjes doen, en is de redactie van mijn manuscript ook een heel eind afgerond. Ik ben er overigens nog niet helemaal over uit hoe ik het bier wil gaan noemen. Dus mocht je nog een leuk idee hebben – kom maar op!

Tot ergens in het nieuwe jaar. Geniet van de feestdagen en alvast de beste wensen voor het jaar waarin die Verhage in de kast komt te staan!