Op tweede date

De baksteen is nog heel. Ik zat op mijn knieën poepresten uit het toilet te schrobben, toen mijn telefoon trilde. Ik schrok, waardoor er spetters over de rand vlogen. Spetters die nu voor altijd vereeuwigd zijn met de stof van mijn werkshirt. Ik ben er wel steeds beter in geworden, in het spettervrij kuisen van een toilet. De juiste druk op de binnenkant van de pot heb ik gevonden. Maar het bleekmiddel vloog nu in het rond, als de spetterpoep enkele dagen daarvoor.

Dit zou het zomaar kunnen zijn, dacht ik. Zeer ongelegen moment. Maar man, wat was ik benieuwd. Die nieuwsgierigheid deed gekke dingen met me. Gezien mijn vuile handen probeerde ik met mijn elleboog mijn mobiel uit de linker broekzak te schuiven. Ja, probeer dat maar eens. Het werkte, het beginscherm werd zichtbaar. Ik zette mijn linkervoet plat op de marmeren vloer, wat de druk op mijn broekzak precies genoeg verhoogde. Mijn mobiel stak nu half uit mijn zak. Ik zocht met mijn elleboog naar de homeknop, en drukte. Het scherm lichtte op. Zag ik wat ik hoopte te zien?

Jazeker. De uitgever heeft de twintig pagina’s die ik had meegegeven gelezen, en is mogelijke geïnteresseerd in een samenwerking. Ik juichte met de wc-borstel nog in mijn handen. Ik had even overal schijt aan. We gaan op tweede date.

Ik had niet verwacht nu al te gaan daten. Mijn manuscript is immers nog lang niet af. Afgelopen november ben ik begonnen. En deed ik mee aan een wereldwijde schrijfchallenge waarin je uitgedaagd wordt om in een maand tijd 50.000 woorden te schrijven. Dat zijn ongeveer 150 pagina’s in een doorsnee boek, dus moesten er per dag vijf pagina’s uitrollen. Dat was een mooie start. Hierdoor staat inmiddels mijn verhaal in grote lijnen op papier, maar meer dan een ruwe versie is het nog zeker niet. De twintig pagina’s zijn een voorzichtig begin van een tweede versie.

Ik vraag me daarom af of het niet te snel gaat. Want ik zie de tweede date als de meest cruciale. Met het zwaartepunt op de eerste minuten. Of beter gezegd, het allereerste moment. Je ziet elkaar, nadert elkaar. De beslissing die daarna volgt is cruciaal. Wordt het drie zoenen op de wang, of één op de mond.

Ik verwacht eigenlijk gewoon een hand. Er zijn opmerkingen over mijn geschreven werk. Terechte, denk ik. Ik ben benieuwd hoe ik daarmee omga, of ik het mij niet te persoonlijk aantrek. Op de schrijfdag vertelde een debutante dat ze twee maanden niet heeft kunnen schrijven nadat er kritiek was geweest op haar tekst. Gent heeft veel te bieden, maar dan wordt het een lange lente.

Toch loop ik er niet voor weg. De date vindt volgende week donderdag plaats op een nog nader te bepalen locatie. Mijn volgende blog gaat over een hele specifieke locatie. Een plek waar de basis is gelegd voor het leven hier, al wist ik dat toen nog niet.

Speeddate met een baksteen

Mijn hand trilde toen ik de baksteen losliet. Ik ging aan een klein tafeltje zitten, waar een vrouw met een naambordje op mij zat te wachten. Ook ik had een naambordje op mijn borst geplakt. Anderhalve meter naast ons stond al het volgende tafeltje. We schudden elkaars hand, maar tastten vooral af. Een dof geluid aan de onderkant van de tafel verraadde dat mijn knie trilde. De speeddate was begonnen.

Ik vertelde alles wat ik leuk vind aan mijn baksteen. Dat die zowel luchtige bestanddelen bevat, als zwaardere donkere korrels. Dat ik maanden in de weer ben geweest met de klei, om de juiste vorm te vinden. En dat dit nog maar het begin is van het huis dat de naam manuscript zal gaan dragen. Ik vertelde over tekeningen van dit huis, die al jaren in mijn hoofd zitten. Over eerste schetsen die afgelopen november zijn gemaakt. Maar dat de rest nog te los zand is om al te kunnen overhandigen.

Ze knikte op de momenten dat ik daarop hoopte. Dat ik het nodig had. Ik keek haar onderzoekend aan, speurend naar signalen. Signalen om door te gaan, meer te vertellen. Of om mijn mond te houden, en een vraag te stellen. Ik had alles te verliezen, zij helemaal niets. Alsof ze thuis gewoon een man en twee kinderen had.

Ik ging met mijn handen over de steen, om mijn woorden kracht bij te zetten. Maar ik sprak een zin uit die totaal niet liep. Er brokkelde wat af. Meteen die onzekerheid. Zou ze het nog wel leuk vinden? vroeg ik mij af. Misschien kon ik de baksteen maar beter lekker thuis bewaren, om in een gekke bui er een steak op te bakken. Zonder dat iemand het zou zien.

Maar er was geen weg meer terug. Ik moest wel doorgaan. Want als ik haar kon overtuigen van de kwaliteit van de eerste steen, zou ze hopelijk ook gaan geloven in het huis. Een huis dat een plekje zou kunnen krijgen in haar uitgeversstraat.

Ik keek op de klok. Het was tijd voor die allesbepalende vraag: zullen we contact houden? Ik durfde hem niet te stellen. Bang om af te gaan. De stilte stelde daarom die vraag. En ik kreeg antwoord. Dat wilde ze. Ze vertelde dat ze gelooft in het uiteindelijke huis, en is benieuwd naar de kracht van de steen.

Wat was ik blij. Trots belde ik meteen mijn vriendin, om te vertellen over de date. Nu wacht ik in spanning af. Precies zoals de verhouding vaak ligt. Of er een tweede date komt? Dat hoor ik hopelijk volgende week. En jij ook.

Van stofdoek naar baksteen

Ik voelde haar borsten in mijn nek. Heel even kuste haar kin mijn hoofd. Haar ontblote armen lagen op mijn armen. Met beide handen hield ze mijn polsen vast. Zo stond de cursusleidster achter mij, lichtelijk voorovergebogen, terwijl ik op een stoel zat. Ik doe het nog een keer voor, zei ze.

Ik deed het niet goed. Slecht zelfs. Op wat voor manier we samen het microvezeldoekje ook uitwrongen, mijn polsen zaten te veel op slot. De truc is om de polsen zo min mogelijk te belasten. Ze bleef mij moed inpraten dat het de volgende keer vast zou lukken, maar ik was mij continu bewust van de warmte in mijn nek. Van haar armen. Haar verrassend ruwe vingers. Ik was weer volledig ondergedompeld in de draaikolk, snakkend naar adem.

Zuurstoftekort vertaalde zich naar zweet. Ik kreeg klamme handen. Mijn rug plakte tegen de leuning. Nog een keer, sprak ze liefdevol uit. Ze fluisterde het bijna in mijn oor. Er gebeurde iets in mijn gezicht. Alsof ik verbrand was door de eerste lentezon tijdens de lunch. Zo rood was mijn kop. Hoe ik dat wist? Dat werd gewoon uitgesproken door mijn overbuurvrouw. Sommige Vlamingen zijn wel direct.

Het was gelukkig het laatste trainingsonderdeel. De kennismaking met deze wereld bleek onverwacht een pittige. Kort daarop volgde een andere: mijn eerste onderdompeling in de literaire wereld.

Ik had mij ingeschreven voor een schrijfdag op 25 maart in Antwerpen. Gespannen reed ik ernaartoe, onzekerheid maakte zich meester. Is mijn jacht eigenlijk wel realistisch? Zomaar een roman schrijven, zonder voorbereiding. Ik was doodsbang dat tijdens de lezingen en interviews met voor mij onbekende mensen dit gevoel versterkt zou worden.

Maar ik ging toch. Want ik schrijf niet voor mijn eigen boekenkast. Ik was geselecteerd om te mogen pitchen bij een uitgever. Een twintigtal pagina’s van mijn manuscript droeg ik de hele dag als een baksteen in mijn rugzak. Maar wel een baksteen waar ik in geloof. Tegen vieren plofte die op tafel.

Hoe mij dat verging? Over zeven nachten is het weer woensdag!

De draaikolk

De cursusleidster hield een kuismiddel omhoog. Dit is dus echt het beste wat je kunt gebruiken. Super ecologisch, heel duurzaam. Echt een aanrader. Ik heb hem al drie jaar, en moet je eens kijken. Nog maar voor de helft leeg! De fles ging rond, we mochten er allemaal even aan ruiken. Ja, echt lekker zeg. Hele natuurlijke geur. Ik schrok toen ik het zei, en gaf de fles snel door. Mijn buurvrouw knikte instemmend. Op haar verzoek had ik even daarvoor de dop van haar gesealde flesje gedraaid. Maar toch begon alle mannelijkheid langzaam weg te vloeien.

Dit gaat me niet gebeuren, dacht ik. Ik probeerde ertegen te vechten. Tijdens het gekakel maakte ik een strijdplan. Met humor als sterkste wapen. Zodra een moment zich voordeed zou ik toeslaan. Een doffe klap haalde me uit mijn gedachten. De cursusleidster zette een bak met schoonmaakmiddelen op tafel. Voor het eerst deze morgen was het helemaal stil. We schoven wat naar voren, en maakten voorzichtig kennis met de bak des doods. Heel interessant om te zien hoeveel slechte schoonmaakproducten er zijn. Maar dames, en heer, welke is nou echt de slechtste? onderbrak de vrouw de stilte. We hingen nu met zijn allen boven de bak. Graaiend naar een antwoord. Even twijfelde ik, maar ik pakte mijn moment. Voordat iemand antwoord had gegeven op haar vraag, hield ik de ecologische fles in de lucht. Deze?

Er werd niet gelachen. Doodse stilte.

Nee, daar heb ik het net over gehad. Kijk nog maar even verder Jireël.

Oké.

Ik was nu voorgoed terecht gekomen in de draaikolk. Een draaikolk met acht vrouwen. Ik had geprobeerd tegen de richting in te zwemmen. Maar tevergeefs. Dus bleef ik aan flessen schoonmaakmiddelen ruiken. En voelen aan verschillende stoffen die rondgingen. Alleen katoen kon ik definiëren. Ik opperde nog een keer kasjmier. Maar satijn is toch echt wat anders.

Huh, ben jij poetsman? vroeg een van mijn cursusgenoten tijdens de kennismaking. Het leven dicht je verschillende identiteiten toe. Deze had ik niet verwacht te gaan dragen. Maar op maandag en dinsdag is dat wat ik voornamelijk ben. Noodzakelijk voor de jacht. Dat ook dit een worsteling zou zijn? Daar had ik geen rekening mee gehouden.

Ik keek op de klok. Twaalf uur. Bijna op de helft. Ik snakte naar het einde. Nee, hunkerde. Al mijn mannelijkheid dacht ik al verloren te zijn. Hoe naïef.

Tot volgende week.

 

De slip

Een slipje. Knalrood. Zo eentje van kant, waar je doorheen kunt kijken. Om het nog spannender te maken. Of zoiets. Ik hield het aan beide uiteinden omhoog en keek ernaar.

Mijn eerste werkdag was begonnen. De mevrouw van het slipje had mij even daarvoor ontvangen in haar huis. Of beter gezegd, binnengelaten. Met een vluchtige handdruk. Ze bleek binnenhuisarchitect, dus dat verklaart de voordeur zonder deurklink, en de hal waar alleen een spierwitte tafel staat. Zonder stoel. Na een rondleiding begon ik bij de in verhouding tot de rest van de woning belachelijk kleine was- en strijkkamer. Er stonden drie volle wasmanden op mij te wachten. En toen trof het mij. Het felle rood prikte zowat in mijn ogen. Langzaam maakten mijn handen contact met misschien wel het meest intieme item van een vrouw. Een vrouw die ik nog maar kort daarvoor de hand had geschud. Mijn gedachten brachten me op plekken waar ik helemaal niet wilde zijn. Ik heb andere introducties bij nieuwe werkgevers gekend. Ik vouwde het maar op, voor zover je slipjes kunt opvouwen.

Het is precies het tegenovergestelde van je had erbij moeten zijn. Erover vertellen is leuker dan het moment zelf. Op dat moment voelde ik me klein. Heel klein. Het zal ook wel wennen zijn, dacht ik. Een dikkere huid krijgen, wordt er dan gezegd. Maar enkele strijkuren later werd er gewoon weer ongenadig hard doorheen geprikt. In een gang zo groot als een spelerstunnel maakte ik op mijn knieën de wielen van een buggy schoon, toen er twee werkmannen passeerden die een nieuw toilet kwamen installeren. Het moment om op te staan en net te doen of ik daar ook woonde was voorbij. Dus bleef ik maar zitten en pulkte het laatste stukje grond uit het profiel van een zijwieltje. Ik had het niveau van een dwerg bereikt. Ze hadden mij wel meteen kunnen doorspoelen.

Het hoort er blijkbaar allemaal bij als schoonmaker. Of, zoals mijn officiële titel luidt: exclusieve huishoudhulp. Gelukkig zeg. Staat dat in ieder geval net iets lekkerder op mijn cv. Dat exclusieve zit hem trouwens in de joekels van huizen die ik kuis. Het zijn van die huizen waarbij je elkaar aanstoot wanneer je ze met de auto passeert. Om pas enkele honderden meters verder de volgende te aanschouwen. Met oprijlanen zo lang als de Maliebaan.

Dat soort huizen hebben blijkbaar bijzondere vloeren. Met welk middel dweil je keramische blauwstenen tegels? En duurzaam geolied hout? Niks rustig inwerken op de eerste dag. Nee, dit waren meteen al pittige dilemma’s. Gelukkig viel kort daarna onderstaande uitnodiging voor een cursusdag op de mat.

Eerst aarzelde ik. Hier ga ik dus echt niet naartoe. Maar ik ging toch.

Tot volgende week.