Waarom wil ik authentiek schrijven?

‘Waarom wil je authentiek schrijven? Vraag jezelf dat af.’ De vraag klapte in mijn gezicht. Ik kreeg het even nog warmer en maakte het bovenste knoopje van mijn overhemd open. Ik zat bij een lezing van Daan Esch op de Boekenbeurs in Antwerpen. Afgelopen zondag had ik mijn manuscript ingeleverd bij de redacteur. Ben ik wel authentiek genoeg geweest? vroeg ik mezelf af.

Daan is communicatiestrateeg en auteur van de historische roman Stem, uitgegeven door Lannoo. Hij vertelde dat authentiek schrijven verder gaat dan het pure schrijven alleen. Hij ontleedde de vraag ‘Waarom wil ik authentiek schrijven’ aan de hand van zijn eigen roman, waarin drie personages op zoek gaan naar hun eigen stem. Terwijl hij gepassioneerd vertelde, dwaalden mijn gedachten af en vulde ik de vraag in aan de hand van mijn eigen roman.

Waarom
In 2012 ben ik in Kameroen geweest, om les te geven op een voetbalschool. Ik dacht daar echt iets goeds te gaan doen. Maar ik worstelde de hele tijd met mijn eigen verwachtingen, en ook met de verwachtingen daar.

Wil
Ik vind het belangrijk dat dit verteld wordt.

 Ik
Ik heb het zelf meegemaakt.

Authentiek
Vrijwilligerswerk wordt vaak als iets positiefs gezien. Dit verhaal geeft een andere inkijk.

Schrijven
Heb je me ooit horen zingen? Ook maar een poppetje op een vel papier zien tekenen? Precies. Schrijven is voor mij de manier om dit verhaal te kunnen vertellen.

Het gaf me weer wat vertrouwen. Daan vertelde dat de mate van authenticiteit ook te maken heeft met het leren omgaan met pijn, in relatie tot het ontvangen van feedback. In gedachten maakte ik een sprongetje naar begin december, dan ontvang ik de feedback terug van de redacteur. De juiste keuzes kunnen en durven maken in de verwerking daarvan (niet overal ‘ja’ op zeggen), bepaalt in grote mate je authenticiteit als schrijver. Met dit even aantrekkelijke als angstaanjagende vooruitzicht, stapte ik weer in de auto richting Gent.

Ik schreef een brief voor Postkantoor 00/00/00

Postkantoor 00/00/00: een bestaande postbus voor brieven van en naar overleden mensen. Om uit te kunnen spreken wat nooit is gezegd, het gemis te verlichten of om herinneringen op te halen. Ik schreef ook een brief. Terwijl ik hem dicht likte, tolde mijn hoofd nog na.

Creatief Schrijven VZW zocht gastbloggers voor de boekenbeurs in de Expo in Antwerpen. Ik meldde me vorige week aan, en werd geselecteerd. Opdracht: bloggen over een van de activiteiten in de stand van Creatief Schrijven. Prima, ik zit midden in de afrondende fase van mijn manuscript. Een aantal schrijftips of tips over het vervolgproces zijn altijd meegenomen. Ik keek woensdagavond na het opslaan van mijn manuscript goed welke activiteit de organisatie me precies had toegewezen.

Postkantoor 00/00/00.

Ik zette de wekker wat eerder dan ik van plan was en besloot zelf ook een brief te schrijven. Ik dacht – dat doe ik wel even. Een absolute misvatting. Dat we als pubers samen naar school fietsten, Champions League keken of repten over de korte rok van de lerares Duits, zijn gedachten die af en toe opduiken. Hem rechtstreeks aanspreken in een brief, riepen hele andere soorten emoties op. Ik was hier totaal niet op voorbereid. Ik schreef hem bijna mijn gedachten uit, alsof ik hem straks kon appen hoe laat we vanavond af zouden spreken. Het was beangstigend, en ontzettend fijn tegelijk.

In de auto kwam ik langzaam los van het gevoel dat ik ervaarde tijdens het schrijven van de brief, zoals een intense droom door kan sluimeren gedurende de ochtend. Het hield me in mijn greep, gelukkig had ik een vrije doortocht over de ring van Antwerpen. Gezien de nationale feestdag gister, een doordeweeks unicum. Toen ik de Expo binnenstapte, waaide de drukte me weer tegemoet. Stapvoets struinde ik langs boekentafels. De brief drukte mijn rugzak als lood tegen mijn rug. Ik wist nog niet of ik hem ook echt op de post wilde doen.

Bij de stand van Creatief Schrijven raakte ik aan de praat met de initiatiefneemster. Toen ze een klein meisje was zei haar oma vlak voordat ze stierf, dat ze een brief zou schrijven. Maar dat die wel lang onderweg zou zijn. Twee jaar geleden besloot ze een postbus te openen en schreef ze zelf een brief aan haar oma. Inmiddels ontving ze 140 brieven van andere mensen naar een overleden dierbare. De brieven worden bewaard in een kluis. De filosofie is dat ze door zo weinig mogelijk mensen worden gelezen. Een kunstenaar maakt een tekening bij elke brief. Binnen een paar maanden ontvang je als schrijver van de brief een kaartje op de mat, met een quote en een digitale afdruk van de tekening.

Ik overhandigde mijn brief.

En nu?

De een-na-laatste dag van de crowdfundingactie. Iedereen die heeft gedoneerd: enorm bedankt voor jullie support! Binnenkort vliegt er een mail met een save the date voor de boekpresentatie in de Utrechtse Boekenbar jullie inbox in. Wil je die Verhage als een van de eersten in je boekenkast en dit feest niet missen? Supporten kan nog tot morgen middernacht!

En nu? Kan ik met de pootjes omhoog? Nog even niet. Ik mik op zondagavond vlak voor studio sport, maandag is de deadline voor het inleveren van mijn manuscript bij de uitgever. Tot dat moment gaan hier de gordijnen dicht. Naar aanleiding van de feedback die ik van de redacteur heb ontvangen op mijn preview, heb ik nog het een en ander bij te schaven. Zo wees hij me op een blinde vlek: het gebruik van het woord ‘alsof’. Ik gebruikte het zo vaak – alsof mijn verhaal anders niet zou kunnen bestaan. Zoiets. Subtiel gaf hij aan dat het beter is om slimme observaties en vergelijkingen te doseren en dat hij het verschijnsel vooral ziet bij mensen die het literaire nastreven.

En dat is wat ik niet wil. Ik wil mijn verhaal vertellen. Niet vervallen in te gedetailleerde beschrijvingen van ruimtes, het gebruik van te veel bijvoeglijke naamwoorden en moeilijke taal. Of overdreven vergelijkingen. En dus kijk ik nog eens kritisch naar al mijn formuleringen met alsof. Zo worstelde ik me de afgelopen weken nogmaals door mijn manuscript.

Na maandag kan ik het even loslaten. Een maand later krijg ik het terug, waarna ik zelf weer tot begin januari heb om de feedback van de redacteur te verwerken. Ik ben dondersbenieuwd. Daarna gaat het manuscript naar de corrector, en begint de vormgeving van de binnenkant en de achterflap. Niet veel later vinden er een paar ontwerpproeven plaats, waarna de definitieve bestanden naar de drukker kunnen, zodat jij in mei er eentje in je handen hebt. Een te gek, en spannend vooruitzicht!

Ik ga snel aan de slag, mijn manuscript lonkt. Schijnt de zon? Ik heb geen idee.

Tot de volgende!

In de PZC

Toen ik aan mijn ouders vertelde dat ik een boek ging schrijven, was een van de eerste reacties van mijn moeder: dan kom je misschien ook wel in de PZC! De Provinciale Zeeuwse Courant, om precies te zijn. Vanmorgen was het zover,  ik sprak vorige week met een journalist van de krant over mijn stap naar Gent, de worstelingen in het schrijfproces en mijn tijd in Kameroen. Het artikel is hier te lezen.

Ik vertel ook dat mijn crowdfunding succesvol is. Die Verhage staat straks gewoon echt in de kast, ik vind dit ongelooflijk gaaf. Dat ik dit na tien dagen al kon zeggen, had ik nooit verwacht. In de weken voor de crowdfunding vroeg ik me dagelijks af of ik het streefbedrag zou gaan halen. De hoeveelheid donaties, heeft me compleet overdonderd.

Maar, supporten kan nog steeds! Dat ik het streefbedrag heb gehaald, betekent dat ik de redactie van het manuscript, het ontwerp van het omslag en de binnenkant, het drukwerk en de verkooppromotie kan financieren. Hier ben ik superblij mee! Het geld dat ik nu nog ophaal, kan ik onder andere gebruiken voor de verzending, het brouwen van het speciaal bier en de boekpresentatie. Kortom; daarmee kan ik ook mijn overige kosten dekken! Mocht je dus nog als een van de eersten die Verhage in je kast willen hebben, klik dan hier om naar mijn crowdfundingpagina te gaan .

Tot de volgende.

Orkaan, windstil, windvlaag, storm, orkaan

De afgelopen week was ik elke dag meteen na het wakker worden alert. Het voelde of ik elke morgen op vakantie ging. Niks rustig ontwaken, nee – gelijk die telefoon van het nachtkastje grissen. Gaat de vlucht gewoon? Staken er geen piloten? Houden er orkanen huis? Die in mijn hoofd raasde in ieder geval zodra de wekker ging. Hé, weer een donatie. Gaaf!

De storm gaat dan even liggen. Ik kijk wie er heeft gedoneerd, stuur een bedankje. Het levert leuke gesprekken op met mensen die ik soms wel vijftien jaar niet heb gesproken. Maar als ik heb gedoucht, de havermout voor mijn snufferd staat te dampen, steekt de eerste bries alweer op. En daalt de onrust samen met de pap richting mijn maag. Zou er weer een donatie zijn?

We zijn nog maar twintig minuten verder, maar ach. Wie weet! Ik druk op refresh. Nee, niemand. Het is weer windstil. Ik neem een slok thee en bereken hoeveel ik nog moet. Komt vast goed, geen zorgen, spreek ik mezelf toe. Dat ik al zo goed op weg ben, had ik niet durven hopen. Ik denk aan de rijen in de Albert Heijn XL waar ik afgelopen zondag over schreef.

Een uur later steekt de windvlaag weer op, en open ik de pagina op mijn telefoon. Een nieuwe donatie! Dat betekent dat ik op 75% van het streefbedrag zit. Mega! Zal ik het ook op social media delen? Ik ga de opties langs. Een Facebookpost, een foto op Instagram of een story. Ik worstel ermee, omdat ik snel het gevoel heb dat het te veel is. Iedereen weet nu toch wel dat ik een crowdfundingactie heb? Maar goed, ik ben hartstikke blij met deze mijlpaal en eerdere donateurs vinden het vast ook leuk om te weten hoe het nu gaat. Hoe vind ik daarin de juiste balans? Ik denk daar veel over na. Maar toen ik me afgelopen weekend realiseerde dat het ook een manier is om mijn waardering te uiten, hielp het me om die schroom steeds meer van me af te gooien. Omdat ik de dag ervoor nog een korte blog had geschreven over de honderdste donatie, koos ik deze keer voor een story op Instagram.

Bij het schrijven van die laatste zin voel ik de storm alweer opkomen. Eerst de blog af, dan weer op de crowdfundingpagina kijken – had ik met mezelf afgesproken. Dat is soort van gelukt.

Tot de volgende!