En nu?

De een-na-laatste dag van de crowdfundingactie. Iedereen die heeft gedoneerd: enorm bedankt voor jullie support! Binnenkort vliegt er een mail met een save the date voor de boekpresentatie in de Utrechtse Boekenbar jullie inbox in. Wil je die Verhage als een van de eersten in je boekenkast en dit feest niet missen? Supporten kan nog tot morgen middernacht!

En nu? Kan ik met de pootjes omhoog? Nog even niet. Ik mik op zondagavond vlak voor studio sport, maandag is de deadline voor het inleveren van mijn manuscript bij de uitgever. Tot dat moment gaan hier de gordijnen dicht. Naar aanleiding van de feedback die ik van de redacteur heb ontvangen op mijn preview, heb ik nog het een en ander bij te schaven. Zo wees hij me op een blinde vlek: het gebruik van het woord ‘alsof’. Ik gebruikte het zo vaak – alsof mijn verhaal anders niet zou kunnen bestaan. Zoiets. Subtiel gaf hij aan dat het beter is om slimme observaties en vergelijkingen te doseren en dat hij het verschijnsel vooral ziet bij mensen die het literaire nastreven.

En dat is wat ik niet wil. Ik wil mijn verhaal vertellen. Niet vervallen in te gedetailleerde beschrijvingen van ruimtes, het gebruik van te veel bijvoeglijke naamwoorden en moeilijke taal. Of overdreven vergelijkingen. En dus kijk ik nog eens kritisch naar al mijn formuleringen met alsof. Zo worstelde ik me de afgelopen weken nogmaals door mijn manuscript.

Na maandag kan ik het even loslaten. Een maand later krijg ik het terug, waarna ik zelf weer tot begin januari heb om de feedback van de redacteur te verwerken. Ik ben dondersbenieuwd. Daarna gaat het manuscript naar de corrector, en begint de vormgeving van de binnenkant en de achterflap. Niet veel later vinden er een paar ontwerpproeven plaats, waarna de definitieve bestanden naar de drukker kunnen, zodat jij in mei er eentje in je handen hebt. Een te gek, en spannend vooruitzicht!

Ik ga snel aan de slag, mijn manuscript lonkt. Schijnt de zon? Ik heb geen idee.

Tot de volgende!

In de PZC

Toen ik aan mijn ouders vertelde dat ik een boek ging schrijven, was een van de eerste reacties van mijn moeder: dan kom je misschien ook wel in de PZC! De Provinciale Zeeuwse Courant, om precies te zijn. Vanmorgen was het zover,  ik sprak vorige week met een journalist van de krant over mijn stap naar Gent, de worstelingen in het schrijfproces en mijn tijd in Kameroen. Het artikel is hier te lezen.

Ik vertel ook dat mijn crowdfunding succesvol is. Die Verhage staat straks gewoon echt in de kast, ik vind dit ongelooflijk gaaf. Dat ik dit na tien dagen al kon zeggen, had ik nooit verwacht. In de weken voor de crowdfunding vroeg ik me dagelijks af of ik het streefbedrag zou gaan halen. De hoeveelheid donaties, heeft me compleet overdonderd.

Maar, supporten kan nog steeds! Dat ik het streefbedrag heb gehaald, betekent dat ik de redactie van het manuscript, het ontwerp van het omslag en de binnenkant, het drukwerk en de verkooppromotie kan financieren. Hier ben ik superblij mee! Het geld dat ik nu nog ophaal, kan ik onder andere gebruiken voor de verzending, het brouwen van het speciaal bier en de boekpresentatie. Kortom; daarmee kan ik ook mijn overige kosten dekken! Mocht je dus nog als een van de eersten die Verhage in je kast willen hebben, klik dan hier om naar mijn crowdfundingpagina te gaan .

Tot de volgende.

Orkaan, windstil, windvlaag, storm, orkaan

De afgelopen week was ik elke dag meteen na het wakker worden alert. Het voelde of ik elke morgen op vakantie ging. Niks rustig ontwaken, nee – gelijk die telefoon van het nachtkastje grissen. Gaat de vlucht gewoon? Staken er geen piloten? Houden er orkanen huis? Die in mijn hoofd raasde in ieder geval zodra de wekker ging. Hé, weer een donatie. Gaaf!

De storm gaat dan even liggen. Ik kijk wie er heeft gedoneerd, stuur een bedankje. Het levert leuke gesprekken op met mensen die ik soms wel vijftien jaar niet heb gesproken. Maar als ik heb gedoucht, de havermout voor mijn snufferd staat te dampen, steekt de eerste bries alweer op. En daalt de onrust samen met de pap richting mijn maag. Zou er weer een donatie zijn?

We zijn nog maar twintig minuten verder, maar ach. Wie weet! Ik druk op refresh. Nee, niemand. Het is weer windstil. Ik neem een slok thee en bereken hoeveel ik nog moet. Komt vast goed, geen zorgen, spreek ik mezelf toe. Dat ik al zo goed op weg ben, had ik niet durven hopen. Ik denk aan de rijen in de Albert Heijn XL waar ik afgelopen zondag over schreef.

Een uur later steekt de windvlaag weer op, en open ik de pagina op mijn telefoon. Een nieuwe donatie! Dat betekent dat ik op 75% van het streefbedrag zit. Mega! Zal ik het ook op social media delen? Ik ga de opties langs. Een Facebookpost, een foto op Instagram of een story. Ik worstel ermee, omdat ik snel het gevoel heb dat het te veel is. Iedereen weet nu toch wel dat ik een crowdfundingactie heb? Maar goed, ik ben hartstikke blij met deze mijlpaal en eerdere donateurs vinden het vast ook leuk om te weten hoe het nu gaat. Hoe vind ik daarin de juiste balans? Ik denk daar veel over na. Maar toen ik me afgelopen weekend realiseerde dat het ook een manier is om mijn waardering te uiten, hielp het me om die schroom steeds meer van me af te gooien. Omdat ik de dag ervoor nog een korte blog had geschreven over de honderdste donatie, koos ik deze keer voor een story op Instagram.

Bij het schrijven van die laatste zin voel ik de storm alweer opkomen. Eerst de blog af, dan weer op de crowdfundingpagina kijken – had ik met mezelf afgesproken. Dat is soort van gelukt.

Tot de volgende!

100!

100! Honderd supporters hebben mijn boek gesteund. Op dag vijf. Hoe vet is dat? En die honderd supporters zijn ook precies goed voor honderd boeken.

Toen ik zojuist na de tiende keer refreshen die felbegeerde honderd zag staan, probeerde ik me meteen plekken voor te stellen waar precies honderd mensen tegelijk zijn. Bleek even verdomd lastig. De Albert Heijn misschien? Ik beeldde me in dat ineens iedereen naast een pot pindakaas en een pak melk, een Verhage in het mandje had liggen. Tien kassa’s met elk een rij van tien mensen bij de XL, zoiets. Of een volgeboekte bowlingbaan, waar elke baan naast lege pitchers bier een flinke stapel Verhages had liggen.

Hoe het ook zij – de hoeveelheid heeft me overdonderd. Nogmaals dank! 

Binnen een dag over de helft!

Allemachtig. Met een trillende hand klikte ik gister stipt om elf uur op de muis om de Facebookpost te delen. Even daarvoor had ik per ongeluk alleen het filmpje online gezet. Wist ik veel dat het na het uploaden meteen gedeeld zou worden. Ik zette opnieuw de post klaar, nu met tekst. Inmiddels zijn we bijna 1.800 views en 2.537,50 euro verder.

Ik was gister misselijk van de spanning. Niet eens zozeer over het doel om 5.000 euro te halen, maar om op deze manier met je snufferd in de openbaarheid te komen, is compleet nieuw voor mij. Anderhalf jaar lang postte ik op woensdag mijn blog op Facebook, en bekeek een paar uur later de reacties. Nu kon ik het scherm onmogelijk loslaten. Iets na enen schoof Zufan een omelet onder mijn neus, anders had ik de lunch ongetwijfeld overgeslagen.

De hele middag raasde ik met 160 kilometer per uur over de snelweg, met mijn zwetende handen aan het stuur geklemd. Borden met bedragen langs de weg doemden op. Ik wilde alles zien, zelfs de hectometerpaaltjes met de melding dat iemand mijn bericht op Facebook had gedeeld, of de likes op Instagram. Reacties op mijn e-mails knalden uit de radio. Ik scheerde langs auto’s met boeken en boekenleggers achter het stuur, om zelf weer ingehaald te worden door een pretpakket. Constant keek ik om me heen, zonder precies te weten hoelang deze rit zou duren. Gewoon gaan.

Om zes uur stapte ik uit. Nederland en België schoven aan tafel, of maakten zich klaar voor de eerste pot van Ajax in de Champions League. Ik trok mijn joggingsbroek uit, pakte een spijkerbroek en ging patatten halen. De frisse lucht deed me goed.

Inmiddels rijd ik met 120 kilometer per uur over de snelweg, maar toen ik vanmorgen wakker werd, greep ik meteen naar mijn telefoon. Herkenbaar verhaal, stond er in een WhatsApp. En twee nieuwe donaties. Aan eenieder die al heeft gedoneerd: superbedankt voor je steun! Dat ik op de tweede dag al op de helft zou zitten, had ik niet durven hopen.

Het is een veelbelovende start, om dit verhaal te kunnen gaan vertellen!

Tot de volgende.