Zo bestond mijn manuscript ineens uit nietszeggende streepjes

Kort na de landing op de luchthaven van Tel Aviv namen we de trein richting het centrum. Omdat we waarschijnlijk een station te vroeg waren uitgestapt, of de bus die we daarna moesten hebben sinds die dag ineens het treinstation niet meer aandeed, stonden we ietwat verdwaald langs de weg. Een behulpzame jongeman zei dat we ook een Sherut konden aanhouden, een gedeelde taxi. Geel busje met 16 op de ruit.

We stapten in en lieten op onze telefoon zien waar ons hostel was. Het vinden van een couchsurfingadres was niet gelukt. Waarschijnlijk door een gebrek aan referenties, kregen we in een paar reacties te horen. Maar goed, de chauffeur kon de straatnaam niet lezen. Ik maakte de tekst groter. Zonder succes. Met een kromme nek en een waterval aan zweet tussen mijn tas en rug, sprak ik de straatnaam op tien verschillende manieren uit. Toen ik de juiste ch-klank te pakken had, knikte hij.

We hebben fantastische bouwwerken, tuinen, muurschilderingen en beelden gezien. Allemaal uitingen die voor mij zichtbaar zijn, die ik kan plaatsen. Of in ieder geval, op mijn manier kan interpreteren. Van de tekens op de informatieborden, verkeersborden en menukaarten kan ik niks maken. Geen idee hoe ik het moet uitspreken. Meestal staat er een Engelse vertaling bij, maar als je af moet gaan op het Hebreeuws, kom je nergens. De chauffeur van de Sherut was niet slechtziend, maar kon de Engelse straatnaam simpelweg niet lezen. Ik heb mij laten vertellen dat er drie verschillende tekens zijn voor de letter A in het Hebreeuwse alfabet. Fascinerend.

Ik realiseerde het me nog niet toen ik die eerste avond neerplofte in de Sherut, maar gaandeweg de hoeveelheden humus, falafel, shakshuka en kebab, steeds meer. Als schrijver, zeker als Nederlandse, maak je je wereld eigenlijk ongelooflijk klein. Als ik de afgelopen twee jaar zou zijn gaan pottenbakken of schilderen, zou ik plaatjes hebben kunnen laten zien aan die kapper in Nazareth, of die Sudanees met zijn Israëlische vriendin. Alles wat ik in mijn manuscript op papier heb staan, zijn voor hen niets meer dan zwarte streepjes.

Natuurlijk kan mijn manuscript vertaald worden, maar een schilderij net op een andere manier schilderen, doet ook wat. Het gaat om de pure vorm waar ik nu mee bezig ben, wat voor bijna iedereen die ik heb gesproken compleet onleesbaar zou zijn. Een bizarre gedachte. Ergens ook wel fijn, misschien hielp het me er volledig afstand van te nemen. Geen idee.

Hoe het ook zij, die tijd is nu voorbij. Volgende week meer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *