Met knikkende knieën en trillende handen

Je hebt tien maanden gerepeteerd, het moment is bijna daar. Nog één keer oefenen. De spotlights staan aan, met knikkende knieën betreed je het podium. Je hand trilt. Al bij de eerste zin slaat je stem over. Je voelt het zweet vanuit je oksel over je ribbenkast parelen. En dat terwijl de zaal nog leeg is.

Zo voelde ik me de afgelopen week. En nog steeds, eigenlijk. Alsof ik bezig ben met een generale repetitie. Er wordt vaak gezegd dat een slechte generale een goede première belooft. Dat kan wel zo zijn, maar in mijn geval betekent dat gewoon een slecht boek. Ik dacht dat ik de interne criticus de afgelopen maanden goed de baas was. Maar nu het erop aankomt, twijfel ik ineens aan elke alinea en worstel ik van valkuil naar valkuil.

Zo blijft er bij de hoofdpersoon een stuk plakband onder zijn voet plakken. Een klein detail, waardoor de lezer weet dat het cadeau is uitgepakt. Maar ik was nog niet tevreden. Ik stond op en rommelde in de rechterkeukenla, hield dingen vast die sinds de verhuizing niet zijn aangeraakt, en pakte een rol plakband. Ik beet er een stuk vanaf en plakte het onder mijn voet. Ik trok het eraf, om te kijken hoe dat voelde. Ik begon nu echt door te draven.

Mijn tekst beter maken, moet altijd het uitgangspunt zijn. Zo ben ik het afgelopen half jaar te werk gegaan. Met die insteek begon ik aan de derde versie, maar ik voegde omschrijvingen toe die de tekst zwakker maakten. Hier kwam ik vaak pas de volgende dag achter, wanneer ik hardop voorlas wat ik had aangepast. Dan staarde ik naar de verbeterde versie op mijn scherm, en vervolgens naar de papieren versie voor mij. Goed dat die twee werkwoorden nu gescheiden zijn door een komma, maar verder was de scène niet beter geworden.

Ik voeg nu bijna niets meer toe. Ik focus mij op de fouten die erin staan, op het ritme van de tekst en op onduidelijkheden. Ooit vond ik de tekst na twee keer herschrijven goed genoeg om verder te werken, dus daar houd ik mij aan vast. Als ik verveeld ben, hoeft dat niet te betekenen dat de lezer dat ook gaat zijn. Al blijft dat een verschrikkelijk moeilijke inschatting.

Wordt vervolgd.

2 antwoorden op “Met knikkende knieën en trillende handen”

  1. Lieve Jireel,

    Zoals ik je al eerder vertelde, Ik stond een hoop achter met het lezen van je blogs. Daar heb ik dan nu even wat aan gedaan. In mijn pauze en tussen het blokken door – van zoals verwacht die ‘tweede zit’ van geschiedenis en statistiek – heb ik je acht laatste blogs, onmiddellijk na elkaar verslonden.
    Je wist me mee te voeren en ik trad met het allergrootste grootste gemak binnen in de decors van je stukken. Ik was bij jullie daar op de Gentse feesten, waar ik als Belg overigens nog nooit geraakt ben. Ook ik liep in gedachten dat rondje om de waterbaan mee en bedacht me dat ook ik wel zou gewuifd hebben (of ten minste ‘hoi’ geroepen) wanneer we langs het FPPW liepen. Ik ben benieuwd over welk ‘uitdagend’ kruispunt je het hebt.

    Kortom, je laat me heel vaak glimlachen, want ik zie het ook allemaal gebeuren. Het kan onmogelijk anders dan dat ik je boek echt goed zal vinden. Ik houd enorm van je schrijfstijl.

    Ik kijk uit naar volgende woensdag.

    Succes Jireel!
    Ik ben alvast een enorme fan!
    Liefs,
    Eva

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *